Carl Evertse: ‘Geluk moet jou vinden, niet andersom’

Het hart en de riem – zingeving met een beperking

Door Carl Evertse

In de nieuwe serie Het hart en de riem schrijft Carl Evertse essays over zijn leven met een beperking, gezien vanuit een filosofische invalshoek. Zijn eerste stuk verhaalt over zijn achtergrond, Aristoteles, virtuoos mens zijn en voorbeelden om je naar te richten.

Deel 2: Worden wie je bent

In deel 1 van dit essay schreef ik vorige week over mijn dwarslaesie en hoe ik me afvroeg wat nog de zin van het leven was. In deel 2 zoek ik een antwoord bij de filosoof Aristoteles. Deze oude Griek heeft meerdere boeken geschreven, waaronder de Ethica, dat door heel veel verschillende mensen gewaardeerd wordt, niet in de laatste plaats omdat het goed leesbaar is.

Eerst even wat over Aristoteles en zijn tijd. Hij leefde rond 350 voor Christus, dus zo’n 2400 jaar geleden. Als je andere geschriften uit die tijd leest, en dan met name toneelstukken en geschiedschrijvingen, dan is het opvallend hoe gemakkelijk, hoe open, zelfs hoe openbaar mensen over elkaar en met elkaar spraken over elkaars karaktertrekken. Het was toen blijkbaar heel gewoon om te praten over de gierigheid van de een, over de lafheid van een ander of de eerlijkheid van nog iemand anders, of die er nu bij stonden of niet. Is dat dan geen geroddel? Nee, want het gebeurde in alle openheid, niet achter iemands rug om – want dat is toch het kenmerk van geroddel, dat geniepige, dat stiekeme?

Wees je bewust van karaktertrekken
Als je aan Aristoteles gevraagd had: ‘Wat moet ik doen om weer gelukkig te worden?’, dan had hij geantwoord: niets speciaals, leef vooral een eind raak en wees niet bang om verkeerde dingen te doen, want dat overkomt iedereen. Wees je alleen in steeds grotere mate bewust van de karaktertrekken die in het spel zijn bij wat je doet, of die karaktertrekken nu positief of negatief zijn. Daarbij kwam hij met het voor die tijd verbijsterende inzicht dat iedere positieve karaktertrek tegenover twee negatieve tegengestelde karaktertrekken staat.

Neem bijvoorbeeld dapperheid. We weten allemaal wat dat inhoudt, en ook dat het positief is. Tegenover dapperheid kun je twee negatieve karaktertrekken plaatsen: lafheid, wanneer je geen of te weinig dapperheid kunt opbrengen, maar ook overmoed, wanneer je te veel dapperheid toont en er roekeloos door wordt, met alle kwalijke gevolgen van dien. En zo geldt het ook voor alle andere positieve karaktertrekken. Ga maar voor jezelf na: eerlijkheid – daartegenover oneerlijkheid (te weinig eerlijkheid) en botheid (te veel eerlijkheid). Vrijgevigheid kent als tegenhangers vrekkigheid (niet vrijgevig genoeg) en spilzucht (te vrijgevig).

Worden wie je bent
Aristoteles zegt verder dat je wanneer je volwassen bent, je best moet doen om te worden wie je bent. Je hebt daarbij steun van je levenservaring en de kennis die je hebt gekregen van al je verschillende karaktertrekken, positief en negatief. Om een zo goed mogelijk mens te worden moet je bewust in een bepaalde situatie steeds inschatten welke karaktertrek dan en daar van belang is en dan, heel bewust, jezelf plaatsen bij die juiste, positieve karaktertrek. Die ligt dan precies tussen twee negatieve karaktertrekken.

Denk bijvoorbeeld aan een bepaalde situatie waarin je inschat dat eerlijkheid een rol speelt. Je weet wat dat is en je weet ook dat die tussen leugenachtigheid en alles-er-maar-uitflappenheid in ligt. Nu moet je jezelf in die situatie heel bewust tussen die uitersten plaatsen, in het midden. Aristoteles spreekt hier over ‘de gulden middenweg’. Dat moet je in iedere situatie opnieuw doen.

Dat lijkt vermoeiend en dat is het ook – althans, in het begin. Maar vergeet niet, iederéén zou dat moeten doen en in de wereld van Aristoteles praat iedereen er ook over, dus je krijgt vanzelf feedback. De grootste beloning is dan deze: bij alle bezig zijn met jezelf, je voortdurende pogingen om een beter mens te worden, zul je plotseling ervaren dat het geluk jou heeft gevonden. Het is volgens Aristoteles zinloos om het geluk na te jagen; het zal je ontglippen als fijn zand tussen je vingers. Geluk moet jou vinden, niet andersom.

En als je gelukkig bent, dan zie je het leven zitten.

Ik wil twee opmerkingen maken over deze filosofie van Aristoteles. Allereerst is het opvallend dat hij het heeft over karaktertrekken, deugden en ondeugden en niet over bijvoorbeeld status, ambities of financiële aangelegenheden. Zijn boodschap is: werk aan jezelf als mens. Je hebt pas een gelukkig leven als je als méns gelukt bent. En dat kan iedereen zich voornemen. Of je nu in een rolstoel zit of niet, welk soort beperking je ook hebt, dat maakt voor Aristoteles geen verschil.

Voorbeelden: virtuoos mens zijn
Mijn tweede opmerking gaat over voorbeelden. Je moet volgens Aristoteles proberen om een zo goed mogelijk mens te worden. Daartoe moet je je goede karaktertrekken optimaal ontwikkelen. Dat valt niet mee. Gelukkig zijn er mensen bij wie die karakterontwikkeling heel ver gevorderd is, bij wie dit allemaal spelenderwijs lijkt te gaan, mensen die virtuoos mens zijn. Zij kunnen voorbeelden voor je zijn. Die mensen, ook al is niets menselijks hun vreemd, lijken bepaalde karaktertrekken zodanig te hebben ontwikkeld dat zij experts zijn in het mens-zijn en bij jou de gedachte doen opkomen: ‘Zo wil ik ook zijn’, of: ‘Zo bewonderenswaardig eerlijk of moedig wil ik ook zijn’. En dit brengt mij op Kuifje.

Toen ik zo’n halfjaar geleden, de avond voor een operatie, een beetje verveeld aan het zappen was, zag ik op de BBC plots een programma dat bleek te gaan over het allereerste Kuifje-album: Kuifje in het land van de Sovjets. De presentator nam zich voor om de tocht van Kuifje naar en in Rusland na te reizen, dus vanuit Brussel naar Berlijn, Moskou en verder Siberië in. Voor mij werd het direct boeiend toen ik zag dat hij zich in een rolstoel voortbewoog en schijnbaar moeiteloos een reis maakte waarvan ik dacht dat die voor mij voor altijd onmogelijk zou blijven. Geen gezeur over problemen, gewoon een trein in, of een oude auto of een dubbeldekkervliegtuig, waarbij ook de transfers die hij maakte goed zichtbaar waren.

Die presentator, Frank Gardner, werd voor mij op slag een voorbeeld: zo wilde ik ook zijn. Die moed, om even naar Aristoteles terug te keren, wilde ik ook hebben. Over schijnbare onmogelijkheden heenstappen en dingen doen waarvan ik dacht dat ze voor mij waren afgesloten.

Zoals vanavond voor mijn pc zitten en dit verhaal opschrijven.

Dat geeft mijn leven zin.

Mag ik jullie ten slotte een aantal adviezen aan de hand doen?

Allereerst: wees je ervan bewust dat er om je heen, in je dagelijks leven, voorbeelden rondlopen en -rijden die je kunnen inspireren. Ga voor jezelf eens na welke karaktertrekken belangrijk zijn en bij wie die karaktertrekken zo zijn ontwikkeld dat je dat voorbeeld zou willen navolgen. Wie weet wat je ervan opsteekt en wat in je eigen leven kunt toepassen. Praat er met elkaar eens over, zonder te roddelen natuurlijk.

En dan misschien een rare opmerking. Wist je dat je zelf wat bepaalde karaktertrekken betreft, ook een voorbeeld kunt zijn voor anderen? Lijkt het je niet stimulerend om daar af en toe eens wat over te horen?

Ten slotte dit: ik heb maar één theorie van één filosoof naar voren gehaald. Er zijn veel meer en heel andere theorieën. Ik hoop in de loop van de tijd ook daarover te schrijven.

 

-A A +A