Drie inloopmedewerkers over hun werk ‘Bij St. Joris op de thee’

‘Goed inzicht in jezelf is belangrijk’!

Hoe werkt een inloopvoorziening?
Toine: ‘Mensen die hier binnenlopen, bieden we een kop koffie of thee en een luisterend oor. De inloop is voor mensen met een psychiatrische achtergrond, maar ook daarbuiten, denk aan een verstandelijke of lichamelijke beperking.’ 
Loes: ‘Mensen met een rugzakje dus, en het maakt niet uit op welk gebied.’
Toine: ‘We houden de drempel zo laag mogelijk. De medewerkers van Ixta Noa hebben zelf ook een bepaalde achtergrond.’
Loes: ‘Het gaat ook om lotgenotencontact. Soms is er een groepsgesprek, soms een individueel gesprek…’
Bas: ‘… afhankelijk van waar de behoefte ligt.’
Loes: ‘Let wel, het is géén therapie, wij zijn geen behandelaars! We zijn gelijken.’


Hoe komen mensen binnen?

Toine: ‘Er is veel mond-tot-mondreclame.’
Bas: ‘Die werkt heel goed.’
Toine: ‘Mensen komen hier ook via Ixta Noa. Of ze worden vanuit het Zelfregiecentrum geadviseerd om hier te komen.’
‘Loes: ‘Ook Pro Persona en andere instellingen kunnen naar de inloop doorverwijzen. Er is een filmpje geweest op Omroep Nijmegen en er heeft een stuk in De Gelderlander en De Brug gestaan. Mensen die googlen op “eetstoornis” komen vaak bij de site van Ixta Noa uit, en via daar weer bij de inloop.’
Toine: ‘En we hebben folders.’
Loes: ‘En dan nog de gastlessen, de voorlichting… en de zelfhulpgroepen.’
Toine: ‘Het moet nog groeien, maar de bekendheid komt al aardig op gang.’
Hoe kun je mensen op hun gemak stellen?
Bas: ‘Door de persoon die binnenkomt, te accepteren.’
Loes: ‘Je biedt mensen koffie aan en begint eerst over koetjes en kalfjes. Iedereen is welkom.’
Bas: ‘Belangrijk is dat er respect is voor iedereen.’
Loes: ‘Laatst zei iemand tegen me: “Dit voelt voor mij als thuiskomen.” Dat is toch wel een heel mooi compliment.’


Hoe stimuleer je mensen om (zelfregie)doelen te stellen?
Bas: ‘Het is zelfhulp, de doelen komen vanuit de mensen zelf.’
Toine: ‘En dat kan alleen al zijn: even de deur uit komen.’
Loes: ‘Door met mensen een afspraak te maken, geef je iemand als het ware een stok achter de deur, waardoor hij op tijd uit bed komt. We zitten de mensen daarbij niet achter de vodden, hoor. We straffen mensen niet af als ze een doel niet halen. Maar als iemand ondanks een afspraak niet komt opdagen, informeren we wel even hoe het met die persoon gaat.’
Toine: ‘We laten mensen merken dat we aan ze denken.’


Hoe zien jullie ervaringsdeskundigheid? 
Toine: ‘Ervaringsdeskundigheid zie ik breed. Binnen Ixta Noa moet je om als ervaringsdeskundige te kunnen werken, eerst een paar trainingen hebben gevolgd. Ten eerste de basistraining.’
Bas: ‘Daarbij stel je je eigen ervaringsverhaal op. Dat zet je in chronologische volgorde. Ook kom je er in de basistraining heel gauw achter waar je interesses liggen: bij voorlichting, gastlessen, inloop… Het is belangrijk dat je afstand kunt nemen van je eigen verhaal. En dan kan andermans verhaal je alsnog triggeren. Dat zegt wat over hoe ver je zelf bent. Samengevat komt ervaringsdeskundigheid neer op het kennen van je eigen verhaal, daar afstand van nemen en dan je eigen ervaring inzetten om anderen in een vergelijkbare situatie te helpen.’ 

 

Hoe zetten jullie zelf je ervaringsdeskundigheid in?
Toine: ‘Je vertelt kleine details van je eigen verhaal.’
Bas: ‘Je kijkt naar wat passend is.’
Loes: ‘Ja, je kijkt waar behoefte aan is. En: het gaat om degene die de inloop binnenkomt, niet om jouzelf, om jouw verhaal. Dus je gooit niet meteen alles op tafel tegenover iemand die hier komt.’

 

Hoe zorg je dat de inloop een veilige plek is en blijft?
Loes: ‘Iedereen die hier komt, zowel de inloopmedewerkers als de mensen die binnenkomen, heeft zwijgplicht. Alles wat hier verteld wordt, blijft hier.’
Bas: ‘Je tekent ook een document voor geheimhouding.’
Toine: ‘We hebben bepaalde huisregels. Daar vertellen we mensen over als ze een keer of twee, drie hier geweest zijn. Sowieso mag je hier niet zijn als je drank of drugs hebt gebruikt.’
Loes: ‘Bij zware verhalen kun je mensen eventueel apart nemen, als je merkt dat het drukt op de groep. En tijdens het eten praten we liever niet over heftige dingen.’

 

Wat voor collega’s zie je graag komen?
Bas: ‘Juist mensen met ervaring buiten de psychiatrie. Bijvoorbeeld mensen die ervaring hebben met niet-aangeboren hersenletsel, of met langdurige revalidatie. Dat zou voor de inloop heel mooi zijn.’
Loes: ‘Of chronisch zieke mensen.’
Toine: ‘Ook familieleden en andere omstanders zijn welkom. Want: hoe ga je ermee om als je kind bijvoorbeeld een psychose heeft gehad, of te maken heeft met een eetstoornis? Aan die ervaring is ook behoefte.’

 

Heb je op voorhand al tips voor degenen die nieuwe begeleiders gaan werven?
Toine: ‘Op het moment dat je je aanmeldt als inloopmedewerker, moet je al voldoende stabiliteit hebben om te kunnen beginnen als ervaringsdeskundige. Zodanig dat je met mensen in gesprek kunt gaan zonder daardoor erg van de wijs te raken. Het kan natuurlijk gebeuren dat je een keer je dag niet hebt, maar een bepaalde basisstabiliteit is wel een voorwaarde.’
Bas: ‘Goed inzicht in jezelf, een goed zelfbeeld is belangrijk. En je moet makkelijk contact kunnen maken met mensen.’
Loes: ‘Ook belangrijk is dat potentiële nieuwe inloopmedewerkers openstaan voor en respect hebben voor de medemens. En het volgen van de trainingen is een must.’ 
Bas: ‘Als mensen interesse hebben, laat ze eerst eens een ochtend komen kijken en meedraaien. Dan krijgen ze een idee wat het inhoudt om inloopmedewerker te zijn.’

 

-A A +A